Hoe je gebruik kunt maken van sprookjes in de bovenbouw

Sprookjes zijn toch niet voor de bovenbouw? Je hebt vast al wel eens gehoord dat prentenboeken super in te zetten zijn met mini-lessen in de bovenbouw. Vroeger dacht ik dat prentenboeken alleen bruikbaar waren in de onderbouw en soms ook nog in de middenbouw, maar inmiddels weet ik beter! In dit blog wil ik je een voorbeeld geven van hoe je een sprookjesboek of -verhaal kunt gebruiken in de bovenbouw.

Sprookjes gebruiken in de bovenbouw is niet een heel nieuw concept. Albert Einstein heeft ooit gezegd: “If you want your child to be intelligent, read them fairytales.” Vrij vertaald: “Als je wilt dat je kind intelligent is, lees hem dan sprookjes.”

Wat voor soort verhalen kun je dan gebruiken voor lessen over sprookjes?

Ten eerste vind ik het heel belangrijk om mijn leerlingen de echte sprookjes te leren. Daarom ben ik niet een supergrote fan van de Disneyversie van de sprookjes. Deze laten meestal maar een deel van het sprookje zien: het mooie deel. Dit is voor mij dus een belangrijke graadmeter bij het beoordelen van de tekst van een sprookje. Voorbeelden zijn de kleine zeemeermin, rapunzel en repelsteeltje.

Wat levert dit mijn leerlingen op?

Ik vind het heel belangrijk dat mijn leerlingen leren dat niet alle sprookjes leuk zijn. Zo gaat de originele versie van de kleine zeemeermin over dat ze geen prettig einde heeft. In feite stort ze zichzelf op het eind in de zee en verandert in schuim. Ze wordt dan een dochter van de lucht die onzichtbaar is voor de mensen. Als ze 300 jaar lang goede daden heeft verricht, heeft ze haar ziel verdiend en komt ze het koninkrijk van de hemelen binnen.

Sprookjes laten de leerlingen zien dat het verhaal probleemoplossende vaardigheden bevat. Het laat zien dat er problemen zijn en soms los je je verhaal niet altijd op (onmiddellijk of ooit). Sprookjes bouwen ook veerkracht op bij kinderen. Ze leren de basisprincipes van een verhaal. Sprookjes leren ons goed van kwaad te onderscheiden, stimuleren de verbeelding van kinderen en ze helpen kritische denkvaardigheden te ontwikkelen.

De andere versies van sprookjes

Wat je ook kunt doen met je leerlingen in de bovenbouw is andere versies van bestaande sprookjes lezen. Kinderen zullen het hilarisch vinden! En dat is het natuurlijk ook. Je bekijkt het sprookje dan vanuit een ander personage uit het verhaal. In een traditioneel sprookje vertelt de schrijver het sprookje altijd vanuit het standpunt van de held of heldin. Maar hoe leuk is het om vanuit het standpunt van de schurk een sprookje te lezen!

Close Reading

Na het voorlezen van een sprookje kun je natuurlijk een kort gesprekje voeren en weer verder gaan, maar ga je dan ook echt de diepte in? Door middel van Close Reding duiken mijn leerlingen en ik echt in een tekst. Tijdens drie sessies verdiepen we onszelf steeds verder in de tekst.

Een voorbeeld vind je hier: Roodkapje en de wolf

Tags: No tags

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *