Leren zichtbaar maken in de klas

Leren zichtbaar maken in de klas… hoe doe je dat? Waar begin je? Is er een stappenplan of is de volgorde ondergeschikt aan het doel? De kreet “leren zichtbaar maken in de klas” kan veel vragen oproepen. Los van de interpretatie van het woord “zichtbaar”.

Doel

Het belangrijkste doel van LZM (leren zichtbaar maken) is gericht bezig zijn met lesgeven: interactie instructie met focus op ‘wat doet de leerling?’ waarbij feedback en monitoring een grote rol spelen. Deze aanpak geeft je als leerkracht meteen informatie over de mate van succes van wat jij als leerkracht deed op dat moment.

Effecten op het leergedrag

Alles wat wij leerkrachten in de klas doen, heeft effect op het leergedrag van onze leerlingen. Alleen heeft het ene een groter effect dan het andere. Uit onderzoek is gebleken dat ruim 95% van alle effectgroottes in het onderwijs positief werken. De gemiddelde effectgrootte bleek uit datzelfde onderzoek is 0,40. John Hattie durft daarom te stellen dat alleen effecten met een effectgrootte boven de 0,40 overwogen moeten worden om ingezet te worden in de klas. (Uit het boek: Leren zichtbaar maken van John Hattie). Nu gaat het te ver om in dit blog alle effecten te benoemen. Wil je alles hierover lezen, dan adviseer ik het boek te lezen.

Het Pygmalion-effect

Neem eens je klas in gedachten. Denk hierbij aan de cognitief ‘sterke leerlingen.’ Behandel jij hen anders dan de rest van de klas? Volgens onderzoek is die kans, ook al ben je je er niet altijd bewust van, sterk aanwezig. Leerlingen zullen zich hierdoor anders gaan gedragen en daardoor ook beter presteren. Een vicieuze cirkel dus: het Pygmalion-effect. 

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de verwachtingen die wij als leerkrachten hebben, invloed hebben op de resultaten van onze leerlingen. Uit verder onderzoek blijkt dat wij onze verwachtingen via verbale en non-verbale communicatie overbrengen op het kind. Door deze communicatie wordt het voor een kind duidelijk wat er van hem of haar verwacht wordt en zal hij of zij zich zo gaan gedragen. Je kunt dan ook wel spreken van een Selffulfilling Prophecy.

De verwachtingen van leerkrachten en leerlingen zelf staan beide bovenaan de lijst van factoren die invloed hebben op de leerprestaties van leerlingen.

Succescriteria

Een leerling leert pas wanneer hij weet wat hij aan het leren is (doel) en weet wanneer hij het doel bereikt heeft (succescriteria). Het bespreken van leerdoelen en succescriteria met leerlingen en daarbij leerlingen de ruimte geven om keuzes te maken draagt bij aan hogere resultaten. Dit heeft namelijk twee oorzaken:

  1. Je kunt als leerkracht scherper lesgeven. Op basis van het gesprek over het leerdoel en de succescriteria leg je de juiste accenten in je instructie en de activiteit/les. Daarnaast is het makkelijker om effectieve feedback te geven;
  2. De leerlingen in je klas weten beter wat ze leren en worden meer betrokken bij het leerproces. Het is wel belangrijk om de leerdoelen goed te formuleren. Dus vanuit de ik-boodschap: ik kan een heel getal met een breuk vermenigvuldigen. Dit leerdoel zet je vervolgens op je databord, voorzien van een voorbeeldsom met de denkstappen en het antwoord en schrijf/noteer daarbij ook de geformuleerde succescriteria (de stappen die de leerlingen moeten doen om tot het juiste antwoord te komen).
Datamuur

Een datamuur gebruik je in je klas om continu te verbeteren in kleine stapjes in de richting van een gewenst groepsdoel. Een groepsdoel opgesteld door de leerlingen en de leerkrachten samen.

Deze groepsdoelen vertaal je vervolgens naar individuele doelen voor ieder kind. De voortgang kun je op individueel niveau volgen en vastleggen in een persoonlijke portfolio-map. Daarin houdt elke leerling zelf bij wat de vorderingen zijn, denk bijvoorbeeld aan een grafiek van het aantal gelezen woorden versus de tijd. De score van de groep volg je dan via het databord aan de muur in de klas. Hier ga je uit van het groepsgemiddelde.

Ik heb al eerder een blog geschreven over het databord (datamuur) in mijn klas. Deze kun je hier lezen: databord in de klas.

Feedback

De beste feedback is in het moment gegeven, dus op het moment dat jij als leerkracht iets signaleert, geef je feedback. Dit werkt vele malen beter dan na de les erop terug te moeten komen. Daarnaast heeft feedback op het leerproces meer effect dan feedback op de inhoud. Deze procesgerichte feedback zorgt eerder voor een growth mindset!

Feedback kun je het best geven op de inspanning, de gebruikte strategie, de vooruitgang of het proces. Bij Onderwijs maak je samen hebben ze hier een mooie poster over.

Losse tips:
  • Focussignaal: Bij mij op school steken we onze hand in de lucht als stilteteken. Het is voor ons een teken dat leerlingen moeten stoppen waar ze mee bezig zijn en moeten opletten. Noem het daarom geen stilteteken, maar een focussignaal.
  • Visualiser: Gebruik een visualiser om werk van leerlingen meteen op het digibord te kunnen projecteren om feedback in het moment te geven.
  • Denkpapier: voordat we wisbordjes gebruikten in de klas, had elke leerling een kladblok of een kladschrift om sommen uit te rekenen. De laatste jaren werd dat steeds meer op het wisbordje gedaan, waardoor soms fouten lastig te achterhalen waren. Daarom gebruiken we nu weer een kladblok/kladschrift, maar we noemen het denkpapier/denkschrift om de kinderen te leren dat het heel normaal is om eerst na te denken en denkstappen te noteren.
  • Time-out: als je ongeveer een minuut of 5 bezig bent met zelfstandig werken, leg je de les kort stil om een voorbeeld van goed gedrag/goed werk te laten zien. Het mooiste is om tijdens je observatierondje een kort filmpje of een foto te maken en deze op je digibord te laten zien: “bij dit voorbeeld zie ik alle succescriteria terug” of “hier worden alle denkstappen op papier genoteerd”. Verbind er geen goed of fout aan. Je benoemt concreet gedrag waar je op voorhand hebt gezegd op te letten, je laat een goed voorbeeld zien en het zelfstandig werken gaat weer verder.
  • Leerkuil: er zijn veel verschillende versies leerkuilen in omloop. Let er altijd op dat het eind van de leerkuil hoger is dan het begin van de leerkuil. Dit laat leerlingen goed zien dat ze dus daadwerkelijk iets geleerd hebben. Daarnaast is het ook belangrijk dat er geen muurtje in de leerkuil staat. Dat is overbodig, ze zitten niet voor niets in de leerkuil. Een muurtje is dan alleen maar een extra obstakel.

Tags: No tags

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *