Werken met een rekencircuit in de klas als een pro! 2: aan de slag

Vandaag ga ik je uitleggen hoe je kunt starten met rekencircuits in je klas. In dit blogbericht leer ik je welke richtlijnen je het beste kunt volgen wanneer je met rekencircuits in de klas start en werkt. En je weet: “een goede voorbereiding is het halve werk!” Met een sterke lancering verlopen al je rekencircuits het hele schooljaar soepel!

Opbergen

Voordat je aan de slag gaat met rekencircuits moet je een aantal zaken goed doordenken. Ikzelf vind het opbergen de belangrijkste zaak. Niets zo frustrerend als materialen die kapot of incompleet zijn of nog tijdrovender: spellen die door elkaar zijn geraakt en je weer moet sorteren. Daarom moet je voordat je van start gaat met verzamelen nadenken over hoe je dit allemaal wilt organiseren. Niet alleen voor het moment dat je dit specifieke rekencircuit in je programma hebt, maar ook hoe je het later gaat opbergen voor een volgend schooljaar.

Hier mijn favoriete top 5 van opbergers voor mijn rekencircuits (in willekeurige volgorde):

  1. Bij de Ikea kun je de meest fantastische hersluitbare zakjes kopen. Ik gebruik ze voor van alles en nog wat, maar ze zijn ook ideaal om te gebruiken bij het opbergen van (kleine) materialen voor je rekencircuits. Je hebt ze in diverse formaten. https://www.ikea.com/nl/nl/catalog/products/50342237/
  2. Bij de Action kun je 6-vaks opbergmappen kopen waar je veel van je A4 papierwerk voor je circuits in kwijt kunt. https://www.action.com/nl-nl/p/opbergmap/
  3. Ook deze documentenmappen zijn heel handig: https://www.action.com/nl-nl/p/office-essentials-documentenmap/(deze gebruik ik ook altijd voor de papieren van mijn kampspellen)
  4. Je kunt ook per onderdeel van je circuit een doos kopen om zo snel in de klas aan de slag te kunnen. Ik gebruik hiervoor deze: https://www.hema.nl/wonen-slapen/opbergen/kunststof-opbergsysteem/opbergbox-40-x-30-x-12-cm-39822004.html 
  5. Hoe meer materialen, hoe meer opbergruimte: https://www.xenos.nl/iris-ladekast-met-wieltjes-6-laden-29x39x61-cm
Mijn tips wat betreft opbergen:

De kleine materialen stop ik in hersluitbare zakjes en die gaan samen met papieren in een documentenmap. Alle materialen van een rekencircuit onderdeel gaan in 1 doos als ik dat rekencircuit inzet in de klas. Draai ik een rekencircuit met 5 verschillende spellen, dan staan er 5 dozen met inhoud in de klas klaar. Hebben alle leerlingen alle onderdelen van het rekencircuit afgerond, dan haal ik de dozen leeg en gaan alle materialen van het rekencircuit in een lade van de ladekast op wieltjes. Zo heb ik per jaar 6 verschillende rekencircuits die aan bod komen. Door middel van etiketten kun je een jaar later nog makkelijk zien wat er ook alweer in welke map of lade zit.

Aanbieden in de klas
  1. Denk na over je procedures en verwachtingen: aan welke regels moeten jouw leerlingen zich houden? Wat wil je dat het rekencircuit je oplevert?
  2. Kies je circuits: ik zet per schooljaar 6 rekencircuits in. 
  3. Regel je organisatie: zodra je het aantal onderdelen van je rekencircuit weet en je weet hoeveel groepjes je hebt, kun je aan de slag. Zorg dat alles voldoende op voorraad klaarligt in de klas. Zorg dat je alles met labeltjes zichtbaar hebt gemaakt voor de leerlingen: hoe meer ze zelf kunnen pakken, des te minder werk het jou kost. Plus je werkt aan de zelfstandigheid (dus het eigenaarschap van jouw leerlingen wordt vergroot!).
  4. Maak groepjes: groepeer je leerlingen op leerbehoeften, op samenwerkingsvaardigheden of op mindset? Doe wat bij jouw leerlingen past en waar zij en jij behoefte aan hebben.
  5. Introduceer je circuit: activeer je leerlingen door ze te herinneren aan eerdere lessen waarin de doelen van je rekencircuit aan bod kwamen, leg je circuit uit (laat ze de materialen zien, doe een oefening voor), leg uit hoe ze materialen moeten gebruiken, waar ze dingen kunnen pakken en waar en hoe ze alles moeten opruimen.
  6. Observeer en stel eventueel bij: bedenk vooraf welk onderdeel je onder jouw supervisie laat uitvoeren of welk groepje je gaat begeleiden tijdens het rekencircuit. Geef groepjes die je in de gaten wilt houden een plekje bij je in de buurt, zodat je ook hun vorderingen kunt observeren.
  7. Evalueer: evalueer met je leerlingen wat ze makkelijk en moeilijk vonden, waar ze tegen aan liepen etc. Evalueer ook voor jezelf of jij de zaken hebt gezien die je wilde zien en wat je de volgende keer anders gaat doen of anders wilt zien.
Regels en afspraken in de klas

Als jouw leerlingen met het rekencircuit aan de slag gaan, moeten ze een aantal regels duidelijk weten: het is leren in spelvorm en niet zomaar een spelletje. Er wordt inzet van je verwacht! Daarnaast kan het zijn dat ze tegen problemen aanlopen. Hoe ga je hiermee om? Ik vind niets storender dan leerlingen die komen vragen: hoeveel is 7×8? Bij mij is de volgorde altijd:

  1. Zoek het op in je opzoekmapje;
  2. Vraag het aan een klasgenoot;
  3. Vraag het aan de leerkracht.

Spreek af met de leerlingen welke materialen ze zelf moeten meenemen, bijvoorbeeld hun potlood of hun wisbordje. Daarnaast weten mijn leerlingen ook wat ze zelf mogen pakken en waar die materialen liggen. Het rooster van het circuit hangt op een centrale plek in de klas, zodat leerlingen zelf kunnen kijken wat ze moeten gaan doen en wanneer zij voor welk onderdeel aan de beurt zijn.

Aan het begin van een circuit doe ik altijd voor hoe ik verwacht dat de leerlingen het circuit aan het eind van de les opruimen. Mijn ervaring is dat als ik het een keer klassikaal voordoe dit betere “opruimresultaten” oplevert.

In mijn winkel vind je verschillende rekencircuits die je voor een klein bedrag kunt kopen. 

Werken met een rekencircuit in de klas als een pro! 1: de organisatie

Dit is het eerste deel in een serie over het werken met rekencircuits in de klas.

Hoe uitdagend en leuk is het om vanuit je doelen activiteiten te bedenken die passen bij de lesstof die je op dit moment in je klas behandelt? Natuurlijk kun je al je lessen geven volgens de methode, maar mijn ervaring is dat bepaalde onderwerpen te weinig aan bod komen tijdens een blok en dat de leerlingen dan nog niet klaar zijn om dat ene onderdeel lekker vlot te kunnen maken tijdens een toets. Een rekenonderdeel wat nu spontaan bij mij naar boven komt is het metriek stelsel! Ervaar jij dit ook bij bepaalde doelen?
Om tegemoet te komen aan deze behoeftes probeer ik wekelijks tijd vrij te maken voor het werken in een rekencircuit.

Waarom een rekencircuit inzetten tijdens je lessen?

Ik merk met het werken met een rekencircuit dat leerlingen zelfstandiger hun werk uit gaan voeren en dat ze meer verantwoordelijk zijn voor hun eigen leerproces (ik hou van eigenaarschap!). Voor mij als leerkracht betekent het dat ik meer tegemoet kan komen aan verschillen tussen leerlingen, ik creëer een hoge effectieve leertijd en ik maak zo tijd vrij voor kinderen die extra zorg en/of instructie nodig hebben.

Klassenmanagement

Staat jouw klassenmanagement als een huis? Ik hoop van wel, anders heb ik een aantal redenen waarom je er snel mee moet starten! Als je je klassenmanagement op orde hebt, zorg je voor duidelijke kaders voor je leerlingen en voor jezelf. Een goede organisatie voorkomt veel onrust in de klas. Wil je het werken met een circuit laten slagen dan moet je een duidelijke structuur neerzetten en zorgen voor rust en orde in de klas.

Onderdelen van een rekencircuit

Het is natuurlijk een beetje afhankelijk van de grootte van je groep, maar het liefst werk ik met 4 of 5 verschillende onderdelen bij een rekencircuit. Een van de onderdelen is bij mij altijd een opdracht op de computer, verder maak ik gebruik van spelmaterialen (bijvoorbeeld een breukenkwartet of een metriek stelsel ganzenbordspel) en ook werkbladen zet ik in tijdens het circuit.

Rooster

Als leerkracht zorg je voor een zorgvuldige planning. Je maakt een rooster zodat alle groepjes weten wanneer ze welk onderdeel mogen doen en je zorgt dat er voldoende materialen op die dag voor de leerlingen zijn.

Tips

Veel materialen die je kunt inzetten tijdens een rekencircuit heb je al in je klas, dat is fijn. Scheelt weer in de kosten! Verder vind ik het prettig om alle materialen netjes op te bergen in opbergdozen. Werkbladen en andere papieren van je circuit kun je netjes in mappen opbergen, zodat je het makkelijk kunt pakken en (eventueel) kunt hergebruiken.

Op zoek naar voorbeelden van een rekencircuit? Klik hier of neem een kijkje in de winkel.

Hoe bereid ik mijn leerlingen goed voor op de eindtoets?

Net als voorgaande jaren maken leerlingen groep 8 in april weer de eindtoets. Ook al hebben leerlingen hun advies al gehad en zijn ze al ingeschreven op het VO, toch geeft dit bij een aantal leerlingen nog veel stress. Wat kun jij nu doen als leerkracht om je leerlingen zo ontspannen mogelijk door deze dagen te loodsen?

1. Een goede voorbereiding is het halve werk!

Een inkoppertje misschien, maar toch wel essentieel. Enkele jaren terug werkten we op mijn school met een behoorlijk verouderde taalmethode. Er zat een groot gat tussen wat leerlingen in de methode kregen aangeboden en wat er volgens de “Toetswijzer bij de centrale eindtoets PO taal en rekenen” werd gevraagd. Ik heb toen een overzicht gemaakt van de getoetste onderdelen op de eindtoets en een overzicht wanneer welk onderdeel in de methode werd aangeboden. Zo wist ik precies wat ik nog eens terug moest laten komen of wat niet of onvoldoende aan bod kwam.

2. Eigenaarschap: wat hebben mijn leerlingen nodig?

De week voor de eindtoets krijgen leerlingen de gelegenheid om zichzelf een extra boost qua zelfvertrouwen te geven. Ze krijgen een papier waarop ze kunnen aankruisen met welke onderdelen ze nog willen oefenen en hoe ze willen oefenen: instructie, filmpje, verwerking op papier of op de computer. Via Google Classroom deel ik diverse documenten met links naar goede youtube instructiefilmpjes en links naar diverse oefensites. Voor de leerlingen die graag op papier werken zoek ik werkbladen. Deze werkbladen print ik op verschillende kleuren papier, zodat ik snel kan zien wie met welke lesstof aan de slag is. Zo print ik bijvoorbeeld breuken op groen papier en procenten op geel papier.

3. Boeiend onderwijs: samenwerkend leren in spelvorm

De betrokkenheid van leerlingen kun je verhogen door het inzetten van coöperatieve werkvormen. Ik maak heel graag gebruik van de combinatie tweetal coach en bewegend leren. Op het schoolplein hang ik opgaven uit het IEP oefenboekje (wij werken op mijn school met de IEP eindtoets) en ik verdeel de leerlingen in tweetallen. Elk tweetal moet bij een ander nummer beginnen. Leerling A leest de opdracht voor, leerling B maakt de opdracht, leerling A coacht leerling B tijdens het maken van de opdracht en geeft feedback, daarna gaan ze op zoek naar de volgende opdracht en wisselen ze van rol. Mijn leerlingen vinden het superleuk om te doen en zijn enorm gemotiveerd.

4. Exit Tickets

Je les afsluiten met een exit ticket is een ideale manier om snel te checken of het lesdoel behaald is of niet.  Aan de hand van de exit tickets maak ik de keuze voor mijn les van morgen. Je kunt dit op meerdere manieren doen. Ik zet vaak enkele korte opdrachten op het bord (2 sommen of 2 zinnen waarin ze het werkwoord goed moeten vervoegen) en de leerlingen schrijven hun antwoorden op een post-it. De post-it plakken ze op het bord of het raam. Nadeel hiervan is dat niet alle post-it blaadjes even lekker plakken en je ze dan om de beurt naar beneden ziet dwarrelen…

Een andere manier die iets meer voorbereiding kost is dat je een mini-werkblad maakt met daarop een paar kleine opdrachtjes. Bij mij is een mini-werkblad vaak ¼ deel van een A4 papier. Leerlingen vullen het in en leveren het bij jou in of prikken het op het prikbord.

 

5. Zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen vind ik heel belangrijk. Dit jaar heb ik een heel onzekere groep leerlingen die zoveel in hun mars hebben, maar heel vaak denken dat ze het niet kunnen. Daarom maak ik met hen een “helpende gedachten kubus”. Op elk vlak kunnen ze een motiverende kreet of tekeningetje voor zichzelf maken. Deze kubus mogen ze op hun tafel houden tijdens het maken van de eindtoets.

6. Huiswerkbrief

Voorafgaande aan de week van de eindtoets geef ik de leerlingen altijd de volgende brief mee: “Volgende week is de IEP eindtoets. Het lijkt ons een goed idee als we ons daar dit weekend op voorbereiden. Hieronder zie je een lijst met activiteiten. Doe er dit weekend zoveel mogelijk en streep wat je gedaan hebt door. Neem de lijst maandag weer mee naar school.” Activiteiten die ik in die brief zet variëren van lekker een stuk fietsen tot iets lekkers koken en nog veel meer activiteiten. Ik krijg hier altijd hele leuke reacties op van ouders en leerlingen.

7. Succeswens

Op dag 1 van de eindtoets geef ik de leerlingen altijd een kleinigheidje. Op internet vind je heel veel leuke ideeën. Twee jaar terug hebben mijn duo en ik alle leerlingen een flesje water gegeven met daarop de tekst: “mijn succesfles: Vandaag kijk ik extra goed wat er gevraagd wordt.” Vorig jaar kregen alle leerlingen een mini marsje met daarbij een kaartje met de tekst: “jij hebt heel wat in je mars.” Dit jaar heb ik voor alle leerlingen een “geluks gummetje” bij de action gekocht.

8. Motivatiekaartje

Op dag 2 van de eindtoets vinden alle leerlingen ‘s morgen op hun tafel een persoonlijk motivatiekaartje. Ik laat mijn leerlingen graag weten dat ik trots op ze ben. Op wie ze zijn en wat ze doen.

Leuke motivatiekaartjes vind je hier.

9 .Tot slot…relax!

Ondanks dat ik heel veel doe voorafgaand aan de eindtoets, praat ik er niet bewust over met mijn leerlingen. Ik benoem niet dat ik al deze dingen doe speciaal voor de eindtoets. Natuurlijk speelt het in mijn achterhoofd, het is mijn werk. Mijn leerlingen hoeven hun hoofd er niet over te breken. Relax, adem in en adem uit. Ook deze toets gaat weer voorbij. En ja, na de eindtoets mogen ook mijn leerlingen zich lekker ontspannen. Dat hebben ze dan helemaal verdiend!

Wil je ook een helpende gedachten kubus maken met jouw klas? Download hier de kubus die ik gebruik!

Hoe bereid jij jouw leerlingen voor op een toets? Ik hoor het graag van je!

Executieve Functies: werkgeheugen

Je staat er niet bij stil, maar de hele dag door maak je gebruik van je werkgeheugen. Je slaat dingen op, voor korte of langere tijd, bewust en onbewust. Je onthoudt waar je dingen hebt neergelegd of denkt terug aan een leuk dagje uit. Sommige dingen blijven je bij en sommige dingen vergeet je weer. Maar wat is dat nu precies je “werkgeheugen”?

Definitie

Het werkgeheugen helpt je om informatie vast te houden en te bewerken bij het uitvoeren van taken. Daarnaast gebruik je het om eerder geleerde kennis, vaardigheden, ervaringen of probleemoplossingsstrategieën toe te passen in een actuele of toekomstige situatie.

Leeftijd

Het werkgeheugen ontwikkelt zicht tussen de leeftijd van 4 tot 15 jaar tot een niveau dat voor een groot deel gelijk is aan de mogelijkheden in de volwassen leeftijd. Een kleuter doet bijvoorbeeld een beroep op zijn werkgeheugen met het maken van een puzzel, het luisteren naar een verhaaltje en het onthouden van een korte opdracht. Een leerling uit groep 3 t/m 5 gebruikt zijn werkgeheugen bij het hoofdrekenen of het toepassen van eenvoudige regels bij de gymles. In de bovenbouw van de basisschool verwachten we van leerlingen dat ze complexe regels al kunnen toepassen tijdens bijvoorbeeld de gymles of dat ze aanwijzingen kunnen opvolgen die uit meerdere stappen bestaan.

Verschillende vormen van geheugen

Als we het hebben over het geheugen dan denken we meestal aan alle dingen die we moeten onthouden, het ophalen van feiten en gebeurtenissen. Deze dingen slaan we op in het langetermijngeheugen. Daarnaast kennen we ook het kortetermijngeheugen. Daarin slaan we dingen op voor enkele uren of dagen. Je kortetermijngeheugen is een tijdelijke opslagplaats en heeft daardoor ook een beperkte capaciteit: je kunt nu eenmaal niet alles onthouden. Daarom is het zo belangrijk om de transfer van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen te maken. Tenslotte kennen we ook nog het zintuigelijk geheugen. Dit geheugen is belangrijk voor de verwerking van informatie die via onze zintuigen binnenkomt. Denk aan de dingen die je proeft, voelt, ruikt en hoort.

Hoe activeer je informatie uit je geheugen?

Je werkgeheugen doet actief iets met de informatie die binnenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het maken van redactiesommen. In je hoofd voer je dan een stappenplan uit om tot het antwoord te komen. Een andere manier van informatie bewerken is het bedenken van de kortste route van A naar B of het uitruimen van je schooltas en die spullen een plek geven al je thuiskomt. Aandacht speelt een belangrijke rol bij de werking van het geheugen. Ben jij met je gedachten ergens anders, dan is het lastig om informatie te verwerken. Je werkgeheugen bewerkt de informatie waar je op dit moment je aandacht op richt. Wanneer je informatie aan het bewerken bent, doe je er dus iets mee. Het is belangrijk dat gegeven niet passief worden opgeslagen, maar actief vastgehouden. Door informatie paraat te houden creëer je voor jezelf een kader waarbinnen je je gedrag stuurt. Je geeft betekenis aan een situatie en handelt daarnaar.

Wat als je leerling een zwak werkgeheugen heeft?

Wanneer informatie niet actief wordt vastgehouden, dan vergeet je de informatie. Zo kan het dus voorkomen dat een leerling een goed cijfer heeft gehaald op een methodetoets en dat het op een citotoets niet uit de verf komt. De manier van vragen op de methodetoets sluit aan bij hoe de methode de lessen opbouwt en het is stof die uitgebreid in de lessen is ingeoefend. Twee keer per jaar maken de leerlingen een citotoets) en dan wordt alle stof ineens tegelijk getoetst. Dat kan enorm verwarrend werken voor een kind. Daarnaast is de cito-vraagstelling anders en wordt er ook meer inzicht gevraagd om de sterke leerling te scheiden van de minder sterke leerling.

Het werkgeheugen kan getraind en versterkt worden door spelletjes te spelen die een beroep doen op het werkgeheugen, met een oplopende moeilijkheidsgraad.

Los van spelletjes zijn er nog andere dingen die een leerling met een zwak werkgeheugen kunnen helpen om beter te functioneren.

Tips:
  • Kinderen kunnen minder dingen tegelijk onthouden dan volwassenen. Houd opdrachten en vragen zo kort mogelijk.
  • Let op dat je echt de aandacht hebt van de leerling.
  • Maak het onthouden van dingen leuk (bewegend leren, coöperatieve werkvormen).
  • Probeer zoveel mogelijk zintuigen aan te spreken om dingen te leren.
  • Geef duidelijke en concrete voorbeelden.
  • Controleer of de leerling de opdracht/instructie heeft begrepen.
  • Leer de leerling zichzelf te controleren.
  • Herhaling is een sleutelwoord!
  • Maak gebruik van stappenplannen.
  • Maak checklists voor routineopdrachten.
  • Geef aan als je iets belangrijks gaat zeggen.
  • Laat de leerling aantekeningen maken.
  • Geef aan het begin van de les een samenvatting van wat er verteld gaat worden.
  • Probeer informatie zoveel mogelijk te koppelen aan al bekende zaken (kapstok!).
  • Leer het kind geheugensteuntjes aan (Noord Oost Zuid West: nooit op zondag werken).
  • Laat de leerling een markeerstift gebruiken (vooral ook bij het maken van redactiesommen).
  • Geef extra begeleiding bij het maken van toetsen (hoe pak je dit aan, waar begin je, wat doe je als je een opgave niet snapt?)
  • Zorg voor een overzichtelijk toets blad.
  • Geef indien nodig extra tijd om de druk eraf te halen.

Bronnen:

  • Wijzer in executieve functies: 35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te versterken.
  • Gedrag in uitvoering van Diana Smidts en Mariëtte Huizinga.

Boekpromotie maar dan anders…

Mijn zoon heeft binnenkort zijn boekbespreking over het boek “De zee kwam door de brievenbus”. Een schitterend boek om te lezen. Selma Noort heeft hier niet voor niets de Thea Beckmanprijs 2016 mee gewonnen. Ook is het in 2016 met een Vlag en Wimpel bekroond door de Griffeljury.

Hij moet ook drie voorwerpen meenemen die bij het boek passen. Dat vond hij best lastig. Hij kwam eerst niet verder dan een dakpan en een brievenbus. Toen kwam ik op Instagram “the exploding box” tegen en kregen we het idee dit te maken voor zijn boekbespreking. 

Het geheel is vrij simpel te maken. 

Wij kozen voor zwart papier (120 grams) van 30 bij 30 cm. Dit vouwden we in 9 vakken. Aan elke kant knipten we 1 vouw in tot het middelste vak. Op de 8 vakken plakten we informatie (80 grams papier) en in het middelste vak plakten we de voorkant van het boek (geprint op 120 grams papier), maar dan met een plakstrook zodat het leuk rechtop staat. 

Het deksel maakten we van een zwart vierkant van 14 bij 14 cm. We vouwden een rand van 2 cm rondom de bovenkant van het deksel en knipten en plakten dit tot een deksel. 

 

Succes verzekerd!

Hier kun je de template downloaden (deze is in powerpoint):

exploderende-box-template

Nationale Buitenlesdag: bewegend leren

Ga jij regelmatig met je leerlingen naar buiten om buiten je klaslokaal te leren? Ik probeer wekelijks een buiten activiteit te organiseren voor mijn klas. Meestal voorafgaand of aansluitend aan een pauze. Dit ook omdat ik met mijn klas boven zit en we niet binnen een paar seconden buiten staan. Dinsdag 2 april 2019 is alweer de vierde editie van de Nationale Buitenlesdag. Op Buitenlesdag geven leerkrachten in heel Nederland buiten les. Dat is niet alleen goed voor de leerprestaties van kinderen, maar het is ook nog eens heel leuk! Doet jouw school mee aan de Nationale Buitenlesdag?

Bij welke vakken kun je dan zoal buiten activiteiten organiseren in de bovenbouw? Bij alle vakken! Maar ik ben eerlijk, ik vind het zelf het makkelijkst bij rekenen, spelling, woordenschat en Engels en dan vooral als het niet teveel voorbereiding kost.

Heb je dan veel materialen nodig? Nee en ja, het ligt er maar net aan wat je zelf wilt. Lekker dik stoepkrijt vind ik wel echt een musthave voor een buitenactiviteit. Je kunt het gebruiken om woorden te laten schrijven op het plein of je kunt het gebruiken om leerlingen oppervlakte en omtrek uit te laten rekenen. De een tekent een figuur en de ander rekent de omtrek en de oppervlakte uit. Enkele bladen papier om op te hangen op muren of ramen zijn ook altijd wel handig. Zoals bijvoorbeeld bij de activiteit “ren je rot”.

Een enkele keer pak ik wat groter uit en maak ik een speurtocht op het schoolplein. Ik hang kaartjes op en de kinderen krijgen een vel met een volgorde die ze aan moeten houden om de opdrachten uit te kunnen voeren. Als je nog op zoek bent naar een leuke rekenactiviteit voor groep 7 of 8 zoek dan niet verder en download deze toffe les met emoji’s. Bij deze opdracht moeten leerlingen kommagetallen vermenigvuldigen. 

Ook als het bijna Pasen is, heb ik altijd een leuke buitenactiviteit om het cijferend vermenigvuldigen te oefenen, zonder dat het saai wordt. Ik verstop paaseieren met daarin sommen op het schoolplein en de kinderen zoeken in tweetallen de paaseieren en lossen samen de sommen op. Zo vang je twee vliegen in 1 klap: bewegend leren en coöperatieve werkvormen.

Succes gegarandeerd met deze twee rekenactiviteiten voor groep 7 of 8!

Welke buitenactiviteiten doe jij met jouw groep? Laat je het weten in een reactie?

Klik hieronder om de werkbladen te downloaden:

Rekenspeurtocht: kommagetallen vermenigvuldigen

De jacht op het paasei

Werkbladen rekenen: thema Pasen

 

Momenteel kun je bij onder andere de Hema weer “verstop-eieren” kopen. Deze eieren kun je voor heel veel doeleinden inzetten tijdens je lessen. “Verstop-eieren” zijn plastic eieren die je open kunt maken om er iets in te verstoppen, bijvoorbeeld een som!

In dit bericht deel ik twee activiteiten met je op het gebied van rekenen waarbij je gebruik maakt van deze “verstop-eieren”. Onderaan het bericht kun je de werkbladen bij deze activiteiten downloaden. 

De jacht op het paasei is elk jaar weer een succesnummer in mijn klas, misschien ook wel omdat ik elk jaar mazzel heb gehad met het weer en deze activiteit lekker buiten kon doen. In elk paasei zit een som verstopt. In de rode paaseieren zitten de moeilijkste sommen in de gele paaseieren de makkelijkste sommen. Daarom krijg je voor goed opgeloste sommen uit de rode paaseieren meer punten dan voor goed opgeloste sommen uit de gele paaseieren.

In tweetallen zoeken de leerlingen paaseieren op het schoolplein en hebben dus zelf de keuze wat betreft moeilijkheidsgraad. Het groepje met de meeste punten op het eind wint. Ik mix wel altijd heel bewust sterke en zwakkere rekenaars met elkaar om ook de zwakkere rekenaar plezier aan  deze activiteit te laten beleven. 

Een nieuwe activiteit die ik dit jaar ga uitproberen is: rekenen met paaseieren. In elk paasei zit een getal. Pak 4 paaseieren uit het mandje met paaseieren, schrijf de getallen in de lege paaseieren op je werkblad en voer de bewerkingen die op je werkblad staan uit. Klaar? Leg de paaseieren terug en pak 4 nieuwe paaseieren. 

Klik hier voor het downloaden van de werkbladen:

De jacht op het paasei 

Rekenen met paaseieren 

Ik hoor graag wat jouw leerlingen van de werkbladen vonden!

Ben je op zoek naar meer rekenactiviteiten voor de periode voorafgaand aan Pasen? Klik hier en je komt bij een heel leuk werkboekje. “Wie stal de paaseieren”  is een werkboekje voor Pasen met 5 rekenopdrachten om als klaarwerk in de klas te laten doen!

Werkboekje Tweede Wereldoorlog

Zoals elk jaar in de maanden maart en april wordt er op veel scholen aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog. Zo ook in mijn klas. 

Voor de voorjaarsvakantie (bij ons was die vorige week) heb ik de kinderen een raadsel meegegeven voor een nieuwe “Grej of the day”. In het kort komt een “grej of the day” er op neer dat je de kinderen een raadsel meegeeft en dat ze thuis hierover gaan praten, informatie opzoeken en zo proberen het raadsel op te lossen. Op school geef je dan naast de oplossing van het raadsel nog extra informatie over de oplossing. Kinderen kunnen hier dan thuis weer enthousiast over vertellen. 

Het raadsel dat ik mee gaf luidde: “Al mijn geheimen deel ik met Kitty”. En ja hoor! Maandag waren er kinderen die wisten te vertellen dat Anne Frank een dagboek had en die noemde ze Kitty! Heerlijk om meteen zo een klas oprecht geïnteresseerde leerlingen te hebben die razend enthousiast zijn over het nieuwe thema. Ik heb een thematafel (of eigenlijk een themakast) ingericht met een miniatuurversie van het Achterhuis, een oude koffer met diverse afbeeldingen over de Tweede Wereldoorlog erop en een hele verzameling boeken van de bibliotheek. 

Als je trouwens meer wilt weten over “grej of the day”, moet je eens de Nederlandse community hiervan op Facebook opzoeken. Een geweldige groep leerkrachten die raadsels en presentaties maken en met elkaar delen. Super! Zo ben ik aan het raadsel van Anne Frank gekomen.

Ook heb ik diverse lessen bedacht die we de komende weken gaan volgen over de Tweede Wereldoorlog. Gistermiddag zijn de leerlingen in groepjes bezig geweest met het maken van een tijdlijn. Als jullie het leuk vinden, kan ik hier ook wel een en ander over delen.

Ten slot heb ik ook nog een werkboekje gemaakt voor op de weektaak als klaarwerk. Zo leuk om te zien dat de leerlingen fanatiek in hun werkboekjes aan het werk zijn!

Laat je het me weten wat jouw leerlingen van het werkboekje vonden?

 

Klik hier voor het downloaden van het werkboekje:

Werkboekje Tweede Wereldoorlog

Schermafbeelding 2019-03-08 om 15.40.16

Vertellen over de vakantie

Zoek iemand die

Schermafbeelding 2019-03-08 om 15.40.16

Hoe leuk is het om het vertellen na een vakantie eens anders aan te pakken dan een hele lange vertelkring of met een binnen/buitenkring? Toen ik net startte als leerkracht waren er collega’s die een zandloper hadden en het kind dat aan de beurt was mocht net zo lang vertellen als dat de zandloper liep. Ik vond dat altijd een beetje sneu. Ja natuurlijk, tijd is belangrijk in het onderwijs, maar het kind moet niet blokkeren door het zien van een zandloper. 

Wie weet moeten jouw leerlingen weer erg wennen aan het stilzitten op een stoel. Voor hen is de coöperatieve werkvorm “zoek iemand die” een uitkomst. Deze heb ik gemaakt voor na de voorjaarsvakantie. 

Teken je vakantie

Schermafbeelding 2019-03-08 om 15.39.52

Een andere variant voor je “maandag na de vakantie kring” is dit werkblad: “teken je vakantie”. De leerling krijgt een vel met 4 vakken. De leerling kan dus 4 tekeningen maken over hoogtepunten uit zijn of haar vakantie. Klaar? Bekijk elkaars tekeningen en misschien is er zelfs nog wel tijd om je klasgenoot een vraag te stellen over zijn/haar bijzondere vakantie!

Klik hieronder voor de downloads:

Mijn toekomstdromen

“Mijn toekomstdromen” is up to date voor het schooljaar 2019-2020. In het document vind je een voorkant voor groep 4, 5, 6, 7, en 8. 

Zo richting het eind van het schooljaar ga ik met groep 8 dromen over de toekomst. Ze staan op de drempel van het voortgezet onderwijs en zijn klaar voor een nieuwe stap, maar welke dromen heb je voor later? Wie zou jij willen ontmoeten? Welke plekken zou jij willen ontdekken? Al schrijvend beantwoorden de leerlingen zo 6 verschillende vragen en knutselen deze verhaaltjes tot een 3D luchtballon.

Sinds dit schooljaar werken wij met de methode Staal taal en wat is het laatste thema van groep 8? Juist! Toekomst! Wat is er dan leuker dan deze schrijf/knutselopdracht te gebruiken!

In de download hieronder vind je de werkbladen en een uitleg:

Mijn toekomstdromen voor groep 4 tot en met 8.

Laat je me weten of je deze opdracht hebt gebruikt?