Leren zichtbaar maken in de klas

Leren zichtbaar maken in de klas… hoe doe je dat? Waar begin je? Is er een stappenplan of is de volgorde ondergeschikt aan het doel? De kreet “leren zichtbaar maken in de klas” kan veel vragen oproepen. Los van de interpretatie van het woord “zichtbaar”.

Doel

Het belangrijkste doel van LZM (leren zichtbaar maken) is gericht bezig zijn met lesgeven: interactie instructie met focus op ‘wat doet de leerling?’ waarbij feedback en monitoring een grote rol spelen. Deze aanpak geeft je als leerkracht meteen informatie over de mate van succes van wat jij als leerkracht deed op dat moment.

Effecten op het leergedrag

Alles wat wij leerkrachten in de klas doen, heeft effect op het leergedrag van onze leerlingen. Alleen heeft het ene een groter effect dan het andere. Uit onderzoek is gebleken dat ruim 95% van alle effectgroottes in het onderwijs positief werken. De gemiddelde effectgrootte bleek uit datzelfde onderzoek is 0,40. John Hattie durft daarom te stellen dat alleen effecten met een effectgrootte boven de 0,40 overwogen moeten worden om ingezet te worden in de klas. (Uit het boek: Leren zichtbaar maken van John Hattie). Nu gaat het te ver om in dit blog alle effecten te benoemen. Wil je alles hierover lezen, dan adviseer ik het boek te lezen.

Het Pygmalion-effect

Neem eens je klas in gedachten. Denk hierbij aan de cognitief ‘sterke leerlingen.’ Behandel jij hen anders dan de rest van de klas? Volgens onderzoek is die kans, ook al ben je je er niet altijd bewust van, sterk aanwezig. Leerlingen zullen zich hierdoor anders gaan gedragen en daardoor ook beter presteren. Een vicieuze cirkel dus: het Pygmalion-effect. 

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de verwachtingen die wij als leerkrachten hebben, invloed hebben op de resultaten van onze leerlingen. Uit verder onderzoek blijkt dat wij onze verwachtingen via verbale en non-verbale communicatie overbrengen op het kind. Door deze communicatie wordt het voor een kind duidelijk wat er van hem of haar verwacht wordt en zal hij of zij zich zo gaan gedragen. Je kunt dan ook wel spreken van een Selffulfilling Prophecy.

De verwachtingen van leerkrachten en leerlingen zelf staan beide bovenaan de lijst van factoren die invloed hebben op de leerprestaties van leerlingen.

Succescriteria

Een leerling leert pas wanneer hij weet wat hij aan het leren is (doel) en weet wanneer hij het doel bereikt heeft (succescriteria). Het bespreken van leerdoelen en succescriteria met leerlingen en daarbij leerlingen de ruimte geven om keuzes te maken draagt bij aan hogere resultaten. Dit heeft namelijk twee oorzaken:

  1. Je kunt als leerkracht scherper lesgeven. Op basis van het gesprek over het leerdoel en de succescriteria leg je de juiste accenten in je instructie en de activiteit/les. Daarnaast is het makkelijker om effectieve feedback te geven;
  2. De leerlingen in je klas weten beter wat ze leren en worden meer betrokken bij het leerproces. Het is wel belangrijk om de leerdoelen goed te formuleren. Dus vanuit de ik-boodschap: ik kan een heel getal met een breuk vermenigvuldigen. Dit leerdoel zet je vervolgens op je databord, voorzien van een voorbeeldsom met de denkstappen en het antwoord en schrijf/noteer daarbij ook de geformuleerde succescriteria (de stappen die de leerlingen moeten doen om tot het juiste antwoord te komen).
Datamuur

Een datamuur gebruik je in je klas om continu te verbeteren in kleine stapjes in de richting van een gewenst groepsdoel. Een groepsdoel opgesteld door de leerlingen en de leerkrachten samen.

Deze groepsdoelen vertaal je vervolgens naar individuele doelen voor ieder kind. De voortgang kun je op individueel niveau volgen en vastleggen in een persoonlijke portfolio-map. Daarin houdt elke leerling zelf bij wat de vorderingen zijn, denk bijvoorbeeld aan een grafiek van het aantal gelezen woorden versus de tijd. De score van de groep volg je dan via het databord aan de muur in de klas. Hier ga je uit van het groepsgemiddelde.

Ik heb al eerder een blog geschreven over het databord (datamuur) in mijn klas. Deze kun je hier lezen: databord in de klas.

Feedback

De beste feedback is in het moment gegeven, dus op het moment dat jij als leerkracht iets signaleert, geef je feedback. Dit werkt vele malen beter dan na de les erop terug te moeten komen. Daarnaast heeft feedback op het leerproces meer effect dan feedback op de inhoud. Deze procesgerichte feedback zorgt eerder voor een growth mindset!

Feedback kun je het best geven op de inspanning, de gebruikte strategie, de vooruitgang of het proces. Bij Onderwijs maak je samen hebben ze hier een mooie poster over.

Losse tips:
  • Focussignaal: Bij mij op school steken we onze hand in de lucht als stilteteken. Het is voor ons een teken dat leerlingen moeten stoppen waar ze mee bezig zijn en moeten opletten. Noem het daarom geen stilteteken, maar een focussignaal.
  • Visualiser: Gebruik een visualiser om werk van leerlingen meteen op het digibord te kunnen projecteren om feedback in het moment te geven.
  • Denkpapier: voordat we wisbordjes gebruikten in de klas, had elke leerling een kladblok of een kladschrift om sommen uit te rekenen. De laatste jaren werd dat steeds meer op het wisbordje gedaan, waardoor soms fouten lastig te achterhalen waren. Daarom gebruiken we nu weer een kladblok/kladschrift, maar we noemen het denkpapier/denkschrift om de kinderen te leren dat het heel normaal is om eerst na te denken en denkstappen te noteren.
  • Time-out: als je ongeveer een minuut of 5 bezig bent met zelfstandig werken, leg je de les kort stil om een voorbeeld van goed gedrag/goed werk te laten zien. Het mooiste is om tijdens je observatierondje een kort filmpje of een foto te maken en deze op je digibord te laten zien: “bij dit voorbeeld zie ik alle succescriteria terug” of “hier worden alle denkstappen op papier genoteerd”. Verbind er geen goed of fout aan. Je benoemt concreet gedrag waar je op voorhand hebt gezegd op te letten, je laat een goed voorbeeld zien en het zelfstandig werken gaat weer verder.
  • Leerkuil: er zijn veel verschillende versies leerkuilen in omloop. Let er altijd op dat het eind van de leerkuil hoger is dan het begin van de leerkuil. Dit laat leerlingen goed zien dat ze dus daadwerkelijk iets geleerd hebben. Daarnaast is het ook belangrijk dat er geen muurtje in de leerkuil staat. Dat is overbodig, ze zitten niet voor niets in de leerkuil. Een muurtje is dan alleen maar een extra obstakel.

Hoe je gebruik kunt maken van sprookjes in de bovenbouw

Sprookjes zijn toch niet voor de bovenbouw? Je hebt vast al wel eens gehoord dat prentenboeken super in te zetten zijn met mini-lessen in de bovenbouw. Vroeger dacht ik dat prentenboeken alleen bruikbaar waren in de onderbouw en soms ook nog in de middenbouw, maar inmiddels weet ik beter! In dit blog wil ik je een voorbeeld geven van hoe je een sprookjesboek of -verhaal kunt gebruiken in de bovenbouw.

Sprookjes gebruiken in de bovenbouw is niet een heel nieuw concept. Albert Einstein heeft ooit gezegd: “If you want your child to be intelligent, read them fairytales.” Vrij vertaald: “Als je wilt dat je kind intelligent is, lees hem dan sprookjes.”

Wat voor soort verhalen kun je dan gebruiken voor lessen over sprookjes?

Ten eerste vind ik het heel belangrijk om mijn leerlingen de echte sprookjes te leren. Daarom ben ik niet een supergrote fan van de Disneyversie van de sprookjes. Deze laten meestal maar een deel van het sprookje zien: het mooie deel. Dit is voor mij dus een belangrijke graadmeter bij het beoordelen van de tekst van een sprookje. Voorbeelden zijn de kleine zeemeermin, rapunzel en repelsteeltje.

Wat levert dit mijn leerlingen op?

Ik vind het heel belangrijk dat mijn leerlingen leren dat niet alle sprookjes leuk zijn. Zo gaat de originele versie van de kleine zeemeermin over dat ze geen prettig einde heeft. In feite stort ze zichzelf op het eind in de zee en verandert in schuim. Ze wordt dan een dochter van de lucht die onzichtbaar is voor de mensen. Als ze 300 jaar lang goede daden heeft verricht, heeft ze haar ziel verdiend en komt ze het koninkrijk van de hemelen binnen.

Sprookjes laten de leerlingen zien dat het verhaal probleemoplossende vaardigheden bevat. Het laat zien dat er problemen zijn en soms los je je verhaal niet altijd op (onmiddellijk of ooit). Sprookjes bouwen ook veerkracht op bij kinderen. Ze leren de basisprincipes van een verhaal. Sprookjes leren ons goed van kwaad te onderscheiden, stimuleren de verbeelding van kinderen en ze helpen kritische denkvaardigheden te ontwikkelen.

De andere versies van sprookjes

Wat je ook kunt doen met je leerlingen in de bovenbouw is andere versies van bestaande sprookjes lezen. Kinderen zullen het hilarisch vinden! En dat is het natuurlijk ook. Je bekijkt het sprookje dan vanuit een ander personage uit het verhaal. In een traditioneel sprookje vertelt de schrijver het sprookje altijd vanuit het standpunt van de held of heldin. Maar hoe leuk is het om vanuit het standpunt van de schurk een sprookje te lezen!

Close Reading

Na het voorlezen van een sprookje kun je natuurlijk een kort gesprekje voeren en weer verder gaan, maar ga je dan ook echt de diepte in? Door middel van Close Reding duiken mijn leerlingen en ik echt in een tekst. Tijdens drie sessies verdiepen we onszelf steeds verder in de tekst.

Een voorbeeld vind je hier: Roodkapje en de wolf

Conferentie Close Reading

Afgelopen vrijdag ben ik met een collega naar de conferentie Close Reading van Expertis in Bunnik geweest. Afgelopen april ben ik met dezelfde collega geweest en toen waren er nog zoveel workshops die we wilden volgen dat we nu dus weer mochten. In mijn blog lees je wat ik die dag allemaal heb gehoord. 

Wat is Close Reading?

Close Reading is een verdiepende manier van begrijpend lezen waarbij de inhoud van een complexe tekst centraal staat en kinderen op een actieve manier aan de slag gaan met de tekst. Herlezen, aantekeningen maken, samenvatten, monitoren, samenwerken, redeneren, discussiëren, en reflecteren zijn belangrijke vaardigheden die hierbij centraal staan.

Waarom niet gewoon begrijpend lezen?

De afgelopen jaren waren mijn leerlingen niet bepaald gelukkig met het vak begrijpend lezen. Een hoop gezucht en gesteun als ik aankondigde dat we door gingen naar begrijpend lezen. De teksten waren saai, de vragen waren stom en de inzet was minimaal. Betrokkenheid wist ik zo goed als niet te creëren. Tot ik las over Close Reading en dit eens ging uitproberen in mijn klas: “dit was echt een toffe les!”, “Hier heb ik veel van geleerd!”, “Het is helemaal niet erg om deze tekst drie keer te moeten lezen!” en zo kan ik nog wel meer reacties vertellen die ik in mijn klas hoorde. 

Hoe ziet Close Reading er dan uit in de praktijk?

Voordat ik mijn lessen kan geven, moet ik eerst op zoek naar een geschikte tekst. Ik vind het heel belangrijk om de verschillende vakken met elkaar te verbinden. Vaak sluit de gekozen tekst dan ook aan op mijn taalthema of op het thema wereldoriëntatie. Deze tekst vind ik in informatieve boeken, in tijdschriften, in kranten of in leesboeken. Ik probeer hierin te variëren, maar merk wel dat ik informatieve boeken het prettigst vind. 

Sessie, 1, 2 en 3

Elke sessie beginnen we met het lezen van de tekst. Daarna geef ik de les volgens het EDI principe: ik doe het voor, wij doen het samen, jullie doen het samen. De eerste vraag doe ik dus voor, de tweede vraag doen we samen en de derde vraag en verder doen ze in twee- of drietallen. Wat ik heel belangrijk vind in deze fase van de les is dat ik meerdere groepjes antwoorden laat geven en de kinderen met elkaar over de antwoorden laat discussiëren. Het belangrijkste aan een antwoord is dat ik het bewijs in de tekst moet kunnen vinden, dus geen “ik heb op gezien dat…” of iets dergelijks. 

Bij sessie 1 richt je je op algemene begripsvragen, tijdens sessie 2 richt je je op vragen over de belangrijkste details, woordenschat en tekststructuur en tijdens sessie 3 stel je vragen over de bedoeling van de schrijver en stel je vragen over opinies, argumenten en leg je verbanden met andere teksten. 

 

Lezing

De dag begon met een lezing: Close Reading in alle vakgebieden om de vakspecifieke leesvaardigheid te stimuleren.  Tijdens deze lezing werd benadrukt dat Close Reading geen methode is, maar een aanpak waarbij het gaat om:

  • diep tekstbegrip
  • analyse van de tekst en tekststructuur
  • de inhoud van de tekst staat centraal 
  • een tekst meerdere keren lezen aan de hand van tekstgericht vragen 
  • aantekeningen maken 
  • discussies over de tekst 

De volgende redenen werden genoemd om Close Reading in te zetten bij verschillende vakgebieden:

  1. Begrijpend lezen wordt geïntegreerd in het curriculum en niet gezien als apart vak.
  2. Close Reading geeft mogelijkheden om vakspecifieke kennis te vergaren. 
  3. Er ontstaan kansen om instructie te geven op vakspecifieke leesvaardigheden. 
Workshop: selecteren van boeken en teksten voor Close Reading

Waar let je op bij het selecteren van een geschikt boek of een geschikte tekst? Een goede tekst geeft veel mogelijkheden om leerlingen te laten oefenen met vaardigheden om tot dieper tekstbegrip te komen.

Kwantitatieve aspecten waar je op moet letten bij het kiezen van een tekst:

  • aantal woorden in een zin
  • lengte van woorden (aantal klankgroepen)
  • lengte van zinnen 
  • lengte van de tekst 
  • aantal bijzinnen
  • AVI niveau

Kwalitatieve aspecten waar je op moet letten bij het kiezen van een tekst:

  • tekststructuur
  • taalkundige kenmerken 
  • betekenis van de tekst
  • bedoeling en gedachten van de schrijver
  • kennisniveau 
Workshop: close looking 

Dit is een variant op close reading waarbij de illustraties centraal staan. Illustraties ondersteunen of vervangen dan zelfs de tekst. Soms vertellen de illustraties een eigen verhaal, vol onverwachte verrassingen en inzichten. Met behulp van een aantal gerichte vragen kan kijken en genieten zich dan verdiepen tot zien en begrijpen. De boeken van Charlotte Dematons lenen zich hier heel goed voor en zijn zelfs voor de bovenbouw nog een feest der herkenning om in te kijken. 

Workshop: Instructieteksten inzetten bij Close Reading

Een instructietekst is een tekst die hulp biedt bij het uitvoeren van een taak. Denk aan recepten, een gebruiksaanwijzing, handleidingen etc. 

Een hele leuke tip die we kregen was om de handleiding van een spelletje te nemen als tekst (bijvoorbeeld het spel Uno) en deze dan helemaal uitpluizen en als afsluiting (sessie 3) dit spel in groepjes in de klas spelen. Hebben de kinderen de handleiding begrepen en kunnen ze de spelregels toepassen? Handleidingen van spelletjes kun je vinden op www.gebruikershandleiding.com 

Workshop: Differentiatie bij Close Reading

In principe is het niet nodig om te differentiëren bij Close Reading. Vaak is het zo dat de sterke leerlingen uit zichzelf al veel dieper de tekst in duiken en bij zwakke leerlingen model je meer als leerkracht.

Verder zie je dat in de sessies de taxonomie van Bloom ook wordt toegepast. In je vraagkeuze kun je hier natuurlijk ook rekening mee houden. 

Wat ik wel doe is dat tijdens mijn sessies is dat zwakke leerlingen maar 3 kenmerken of 3 gevolgen hoeven te zoeken en te benoemen en dat de sterke leerlingen er 5 moeten vinden in de tekst. 

Ook kun je zwakke leerlingen een voorsprong geven door een stukje pre-teaching. 

Vormgevers 

Als laatste wil ik je nog een tip geven: vormgevers.

Vormgevers zijn organizers die je perfect kunt inzetten tijdens je lessen Close Reading. Ik maak zelf graag gebruik van Venn-diagrammen, gebeurteniskettingen, stroomdiagrammen etc. Het helpt de leerlingen om de tekst beter te begrijpen en alle informatie goed te ordenen. Meer informatie en uitleg vind je hier: natuurlijk leren.

Ook heb ik ze allemaal verzameld op mijn Pinterest bord: vormgevers. 

Winactie

Volg je mij al op sociale media? Doe dat snel, want…. binnenkort komt er een winactie op mijn Instagram en Facebook waarbij ik het boek Close Reading verloot.

#Toekomstkunde: bewustwording voor kinderen

Een aantal weken geleden ontving ik van het Wereld Natuur Fonds een bericht met de vraag of ik hun lessen #toekomstkunde wilde uitproberen. Die hashtag wekte mijn interesse en ik heb een kijkje genomen op hun site en in mijn klas heb ik enkele lessen uitgeprobeerd.

Wekelijks brengt het Wereld Natuur Fonds een nieuwe les Toekomstkunde uit (#toekomstkunde). Het fijne is dat je, als je hiervoor bent ingeschreven, elke maandag een e-mail met het nieuwe lesmateriaal ontvangt. Onder aan mijn post vind je de link naar hun pagina om je in te schrijven.

Wat is Toekomstkunde?

Bij Toekomstkunde zoeken kinderen naar antwoorden op hun vragen over de wereld. Elke week brengt het Wereld Natuur Fonds een nieuwe les uit over klimaatverandering of andere problemen op onze planeet. De onderwerpen spreken kinderen erg aan. Met behulp van Toekomstkunde verdiepen kinderen zich in thema’s die relevant zijn voor hun toekomst. Denk bijvoorbeeld aan de bosbranden in de Amazone, de toekomst van de neushoorns, de plannen van de regering in Indonesië om een nieuwe hoofdstad te bouwen en nog veel meer.

Hoe werkt Toekomstkunde?

Als je bent ingeschreven, ontvang je elke week een mail met het nieuwe onderwerp. Er is een korte handleiding voor de leerkracht en er is een werkblad voor groep 5/6 over het onderwerp en een voor groep 7/8. Mijn leerlingen zijn heerlijk een half uur in tweetallen aan de slag geweest met een werkblad. Ze waren betrokken, enthousiast en deelden hun ontdekkingen met de klas en met mij als leerkracht.

Toekomstkunde op je rooster

Toekomstkunde is (vind ik) een aanvulling op je bestaande vakgebieden en methodes. Toekomstkunde geeft belangrijke, actuele thema’s een plek in het onderwijs. Ik zou het echter niet in plaats van mijn methode willen gebruiken.

Toekomstkunde is ook goed te gebruiken als extra werk voor op je weektaak, maar dan zou ik wel ruimte in plannen om er ook over te praten met elkaar. Leerlingen leren met en van elkaar op het gebied van filosoferen en kritisch denken. Je kunt leerlingen ook hun bevindingen laten presenteren aan elkaar.

Hoe ik zou werken met Toekomstkunde

Ik heb ervoor gekozen om het onderwerp te introduceren m.b.v. een kort filmpje (WNF heeft heel veel filmpjes op YouTube staan). Vervolgens gingen de leerlingen zelfstandig aan de slag, alleen of in tweetallen. In de toekomst wil ik dit stuk op de weektaak zetten en dan aan het eind van de week een kort moment inplannen om bevinden te bespreken met elkaar. Ook op de site van het WNF vind je extra informatie over de thema’s.

#toekomstkunde
#toekomstkunde
De werkbladen

De werkbladen zien er mooi uit en de uitleg is goed. Je ziet wat je nodig hebt en in welke volgorde je over het werkblad gaat. De extra weetjes vonden mijn leerlingen erg interessant om te lezen. Ze vonden het ook heel leuk dat er een internetopdracht bij zat.   

Ben jij ook enthousiast geworden?

Schrijf jezelf dan snel in op www.nl/toekomstkunde 

#toekomstkunde

#toekomstkunde
#toekomstkunde

Databord in de klas

Inmiddels werk ik alweer enkele jaren in mijn klas met een databord. Ik ben hier zelf nog steeds lerende in en probeer gewoon dingen uit.

Het is ook niet “mijn” databord, maar ons databord. Van de kinderen en van mijn duo en mij. Ik ben er namelijk van overtuigd dat intrinsieke motivatie veel beter werkt dan “het moet van de juf, dus dan doe ik het maar”.

Werken met een databord

Werken met een databord in de klas werkt heel prettig voor kinderen en ze raken erdoor gemotiveerd. Op het databord in mijn klas is zichtbaar wat de groepsregels zijn, wat de missie van de groep is en aan welke doelen we werken. Ook kunnen leerlingen die afwezig zijn geweest zien welk huiswerk er is opgegeven en gebruik ik een deel van het bord voor de wekelijkse bordsessie in de klas.

Elke dag een stapje beter

In het onderwijs willen we dat onze leerlingen zichzelf continu verbeteren. Als we willen dat leerlingen betere resultaten halen, dan moeten die leerlingen ook kennis hebben van de doelen en de manieren waarop dat bereikt gaat worden. De leerlingen worden daarom actief betrokken bij de missie, de gedragsregels en de doelen in de groep en op persoonlijk niveau.

Ik voel mezelf niet alleen juf, maar ook procesbegeleider en coach. Ik coach leerlingen in het nemen van eigenaarschap voor hun eigen leerontwikkeling. Ik vind dit altijd een mooi proces om te begeleiden.

Hoe geef ik mijn databord vorm?
  1. Groepsafspraken: aan het begin van het schooljaar houden we enkele klassenvergaderingen over de groepsregels. Dit doen we samen. Ik doe dit ook om een groepsgevoel te creëren en zeker de eerste periode verwijs ik vaak naar de groepsafspraken. Weet je nog wat we toen hebben afgesproken? Ik vind het heel belangrijk dat we als groep naar elkaar luisteren in een omgeving van respect en acceptatie.
  2. Missie van de groep: onze missie beschrijft het doel voor de hele groep (leerlingen, juffen en ook ouders). Waar staan we voor als groep en hoe willen we dat dit jaar voor elkaar krijgen? Ik heb altijd het idee dat als de missie duidelijk is in de klas, leerlingen productiever en effectiever worden en meer als een groep gaan functioneren.
  3. Doelen voor de groep en de individuele leerling: op mijn school werken we met EDI (expliciete directe instructie), elke les begin ik dus met het benoemen van het doel. Aan het eind van de les probeer ik dagelijks met een exit ticket de les af te sluiten en zo op een snelle manier te zien of ik het doel van de les bereikt heb. Maar doelen voor de langere termijn wil ik ook bespreken met mijn leerlingen. Deze doelen maak ik zichtbaar op het databord. Ik gebruik hier vaak een grafiek voor. Bij deze groepsdoelen meet ik altijd groepsgemiddelden, wel zo fijn voor zwakke leerlingen. In de portfolio’s van de leerlingen werk ik echter met individuele doelen.
  4. Stichting leerkracht – het bord in de klas: bordsessies in de klas versterken eigenaarschap, betrokkenheid en groepsvorming bij de leerlingen. Het is een middel om doel- en actiegericht samen te werken. Je begint met een check-in om te weten hoe kinderen zich voelen (a.d.h.v. smileys). Daarna kijken we naar de successen (wat gaat goed/welk succes heb je behaald). Het is belangrijk om deze met elkaar te delen. Dan gaan we een doel opstellen of naar het al gekozen doel kijken. Het is belangrijk dat leerlingen eigenaar zijn van dit doel. Welke acties horen er bij dit doel? Wat kunnen we bedenken? Als laatste kijken we nog even met elkaar welke zaken we op de planning hebben staan. Denk bijvoorbeeld aan een gastles of een excursie.
  5. Huiswerk: leerlingen die afwezig zijn geweest, kunnen op het bord zien welk huiswerk is opgegeven.

Elk databord kan er natuurlijk weer anders uitzien, maar dit is wat ik weergeef op mijn databord.

Stichting Leerkracht

Op mijn school werken we nu voor het vierde jaar met de principes van Stichting Leerkracht. We houden allemaal bordsessies in de klas, wekelijks hebben we met het team een bordsessie, er is een leerlingenraad en we werken met een jaarbord in het team. Wil je meer weten over Stichting Leerkracht? Klik dan hier

Het bestand van de exit-tickets kun je hier downloaden. 

Het bestand van mijn databord kun je hier downloaden. 

hoe-overleef-ik-de-eerste-schoolweken-1

Hoe overleef ik de eerste schoolweken?

Een goed begin is het halve werk.

Het ene schooljaar heb ik nog maar net afgerond en toch ben ik alweer aan het nadenken over de start van het nieuwe schooljaar. Gekscherend roep ik altijd: “Hoe overleef ik de eerste schoolweken?!”. Door het werk van mijn man gaan we dit jaar pas op het eind van onze zomervakantie weg. Voor mij een reden om aan het begin van mijn zomervakantie al zoveel mogelijk zaken geregeld te hebben voor de start van het schooljaar. Met mijn duo ben ik dan ook al naar school geweest om ons “nieuwe” klaslokaal in te richten. Groep 8 zit bij ons na de zomer in een ander lokaal, dus iets meer werk dan in andere jaren.

hoe-overleef-ik-de-eerste-schoolweken-1
Goede voorbereiding

Maar die eerste dag na de zomervakantie komt voor ons allemaal en hoe kun je jezelf daar goed op voorbereiden. We weten allemaal een goed begin is het halve werk! 
Dit geldt zeker voor de groepsvorming aan het begin van het schooljaar. Het groepsvormingsproces begint na een vakantie weer helemaal opnieuw: de leerlingen verkennen elkaar, de leraar en de regels. De eerste weken van het schooljaar zijn daarom ontzettend belangrijk voor het creëren van een goed pedagogisch klimaat in de klas. Deze eerste weken worden dan ook wel de Gouden Weken genoemd.

De Gouden en Zilveren Weken

De Gouden Weken zijn de eerste weken van het schooljaar. Het zijn de belangrijkste weken voor het neerzetten van een goede basis voor een fijne sfeer in de klas. Daarom zijn deze weken goud waard. De leraar speelt tijdens dit proces een essentiële rol. Als je als leraar in deze eerste, belangrijke weken veel aandacht schenkt aan groepsvorming, heb je hier de rest van het schooljaar profijt van. Na de kerstvakantie kun je dit herhalen. Deze weken noemen ze de Zilveren weken.

Groepsvorming

Groepsvorming bestaat uit vier fasen die een groep in ongeveer zes weken doorloopt. Hierna zijn de rollen, normen en waarden grotendeels bepaald voor de rest van het jaar. In deze zes weken is de invloed van de leraar van groot belang. Na elke zomervakantie, bij elke nieuwe leraar, vindt er weer een nieuwe groepsvorming plaats. Ook gaandeweg het schooljaar kan er een nieuw groepsvormingsproces komen, bijvoorbeeld door de komst van een nieuwe leerling.

  • Forming (oriënteren)
    Leerlingen leren elkaar kennen. De groep zoekt naar veiligheid en structuur.
  • Storming (presenteren)
    De verhoudingen tussen de leerlingen worden duidelijk. Wie is er leider en wie is er volger?
  • Norming (normeren)
    De regels, waarden, normen van de groep worden bepaald. Iedereen krijgt een eigen taak in de samenwerking.
  • Performing (presteren)
    De groep wordt een team en is klaar voor samenwerking. Er zijn ongeschreven regels waar iedereen zich aan houdt.
  • Reforming (evalueren)
    Het einde van het jaar of een periode is in zicht. Dit afscheid geeft weer een nieuwe groepsdynamiek. Ik merk dit altijd heel sterk in groep 8. Sommige leerlingen zijn klaar voor een nieuwe start en zijn klaar met (een aantal) klasgenoten.
Tips voor in de klas
  • Geef meer complimenten dan negatieve kritiek.
  • Gebruik coöperatieve werkvormen. SAMEN is het sleutelwoord in deze Gouden Weken!
  • Ken je leerlingen: zodra de formatie bekend is op school, probeer ik in pauzes al aandacht te besteden aan leerlingen die ik na de zomer in de klas krijg. Ik merk ook dat leerlingen die weten dat ze jou gaan krijgen uit zichzelf al contact beginnen te zoeken.
  • Laat de leerlingen jou kennen. Het wenmoment of doorschuifuurtje is daar een ideaal eerste moment voor, maar ook na de zomervakantie geef ik leerlingen altijd de kans om mij te leren kennen door een groepsvormende activiteit.
  • Doe iedere dag een groepsvormende activiteit. Deze activiteiten kunnen ook heel kort zijn en voor de ene activiteit heb je meer materialen nodig dan voor de andere.
  • Maak gebruik van bordsessies en/of klassenvergaderingen. In de Gouden Weken doe ik beiden, later in het jaar alleen nog bordsessies. Op mijn school werken we met de methodieken van Stichting Leerkracht. Elke week hebben wij als team een bordsessie, maar ook in onze klas houden we elke week een bordsessie. Met de inhoud van de bordessie in de klas bemoei ik me als leerkracht zo min mogelijk. Ik laat dit zoveel mogelijk uit de klas komen. Hierin stellen we doelen op voor in de klas en daarbij horende acties. Wil je hier meer over weten? https://stichting-leerkracht.nl/het-bord-in-de-klas/
  • Geef complimenten klassikaal en bestraf één op één.
  • Neem regelmatig de tijd om schoolregels en klassenregels van betekenis te voorzien. Wat wordt ermee bedoeld en wat willen we ermee bereiken?
  • Zorg voor een goede overdracht voor de eerste dag van het nieuwe schooljaar.
Lespakket “Hoe overleef ik de eerste schoolweken”

De eerste weken doen wij dagelijks een groepsvormende activiteit in de klas. Ik heb deze activiteiten gebundeld tot een lespakket “Hoe overleef ik de eerste schoolweken.” Dit lespakket bestaat uit 13 verschillende activiteiten om in te zetten in je klas.  Je koopt deze tegen een kleine vergoeding hier.

Wil je meer lezen over groepsvorming in de eerste weken? De twee boeken hieronder zijn hier zeer geschikt voor.

Werken met rekencircuits in de klas als een pro! 3: eigenaarschap en feedback

Dit is het laatste deel uit een serie van 3 over het werken met een rekencircuit. Deze keer ga ik het hebben over eigenaarschap en feedback. 

Kinderen die eerder klaar zijn

Voor de snelle Jelles onder de leerlingen zorg ik altijd dat ik extra werk achter de hand heb. In mijn klas werk ik met een weektaak en daar staan ook taken op die leerlingen kunnen doen als ze klaar zijn voordat de werktijd op is. Als je niet werkt met een weektaak, kun je ook extra taken op je bord zetten of met een apart keuzebord werken. Maar hoe koppel je jouw observaties terug naar de leerlingen?

Feedback  

Feedback is een van de meeste voorkomende elementen bij succesvol leren, maar tegelijkertijd behoren de effecten ook tot de meest variabele. Feedback dient de kloof te verkleinen tussen waar de leerling is en waar hij hoort te zijn (John Hattie). Als je als leerkracht feedback op een goede manier toepast, kun je je leerlingen motiveren en hun kennis, vaardigheden en gedrag ontwikkelen. Je helpt leerlingen om hun kunnen te ontdekken en te ontwikkelen en je geeft ze zo inzicht in hun sterke en zwakke punten en hoe ze die kunnen verbeteren. Goede feedback sluit aan bij het leerdoel van de leerling, is tastbaar en transparant, is actiegericht, is vriendelijk, goed getimed en consistent.

Zelfreflectie

Maar met alleen feedback geven ben je er niet. Het is ook erg belangrijk dat leerlingen hun eigen leerproces en het resultaat ervan evalueren. Het grote doel van zelfreflectie is dat leerlingen van zichzelf weten waar ze nu staan en of ze (de volgende keer) het doel bereiken.

Stap 1:

Het eigen leerproces evalueren: Is het mij gelukt de taak te maken? Hoe zie ik dat? Welke aanpak had ik gekozen? Was dat een handige manier? Wat heb ik gedaan om geconcentreerd te blijven?

Stap 2:

Het eigen leerresultaat verklaren: Hoe kwam het dat de taak wel/niet gelukt is? Kwam het door mezelf of door iets uit mijn omgeving? Kon ik er iets aan veranderen of niet? Is dat altijd zo, of alleen bij deze taak?

Stap 3:

Verklaren of de leerling zelf tevreden is met het resultaat: Hoe kijk ik op deze taak terug? Ben ik tevreden over het resultaat? Pak ik het de volgende keer op dezelfde manier aan?

Stap 4:

Mijn leerwinst vaststellen: Wat heb ik vandaag geleerd dat ik de volgende keer zou kunnen gebruiken? Hoe kan ik het de volgende keer aanpakken?

Exit tickets

Een prettige manier om te controleren of leerlingen de lesstof hebben begrepen is door te werken met exit tickets. Ik eindig vaak de les met 1 tot 3 vragen/opdrachten om mijn les te evalueren. Een voorbeeld: Ik heb instructie gegeven over cijferend vermenigvuldigen. Als exit ticket krijgen leerlingen van mij dan een half A4’tje met daarop 3 sommen die zij moeten maken en inleveren. Hebben ze 2/3 sommen goed: prima, 0/1 sommen goed: extra instructie.

 

Gratis downloads:

Exit ticket rekenen 1

Exit ticket rekenen 2

Variant op coöperatieve werkvorm “wandel en wissel uit”

Boeiend onderwijs 

Coöperatieve werkvormen is een van de onderdelen van boeiend onderwijs. Na elke vakantie starten wij op onze school met een nieuwe denkgewoonte, een nieuwe vormgever en een specifieke coöperatieve werkvorm die we dan wekelijks aan bod laten komen in een van onze lessen. 

De komende periode staat de denkgewoonte “samen kunnen we meer dan alleen” centraal met als vormgever “tekstballonnen” en als coöperatieve werkvorm “tafelrondje”. Nu komt het tafelrondje bij mij regelmatig aan bod, dus is dit geen onbekende voor mijn leerlingen. En daarom vind ik het leuk om ook eens een wat minder bekende coöperatieve werkvorm aan bod te laten komen. 

In de vakantie

Aanstaande maandag starten wij weer na een heerlijke vakantie van 2 weken. Deze vakantie vliegt voorbij met in de eerste week heerlijk weer, een bezoek aan Corpus, een jarige tiener in huis en wat speelafspraakjes. In de tweede week heb ik al een aantal keren wat voorbereidingen voor school getroffen. Zo ben ik bezig geweest met het draaiboek voor het schoolkamp. Heb ik een tekst geselecteerd voor Close Reading en daarbij drie sessies gevuld en heb ik een aantal coöperatieve werkvormen geselecteerd om weer mee aan de slag te gaan in de klas. 

Maandagmorgen start ik mijn dag met deze na de vakantie variant op “wandel en wissel uit”. Kunnen ze gelijk weer even oefenen in het zachtjes lopen en praten 😉.

De bedoeling:

Knip de kaartjes van pagina 4 en 5 uit. Lamineer ze eventueel en hang ze in willekeurige volgorde in je klas.

Verdeel je groep in tweetallen. De ene helft van de tweetallen geef je kopie A en de andere helft van de tweetallen geef je kopie B. Leerling A en B van een tweetal hebben beiden hetzelfde papier.

De tweetallen kiezen een kaartje waarvan de afbeelding op hun blad voorkomt en stellen elkaar om de beurt die vraag. Ze schrijven het antwoord van de ander op. Daarna zoeken ze een volgend kaartje op.

Tip:
Je kunt ze dit later nog in hun tafelgroepjes uit laten wisselen.

Klik hier om de kaartjes en de werkbladen te downloaden. 

 

Laat je me weten wat jouw leerlingen ervan vonden?

Herinneringenboekje: een boekje vol herinneringen voor groep 8

Na de meivakantie hebben wij in het zuiden van het land nog maar 9 schoolweken tot de zomervakantie! In deze 9 schoolweken werken we nog hard uit de methodes, gaan we nog op schoolkamp en hebben we nog enkele excursies gepland staan. Ook oefenen we in de middagen voor de eindmusical. Een hele leuke periode om met een groep 8 te mogen meemaken. 

Lief en leed

De leerlingen hebben (bijna) 8 jaar lang lief en leed met elkaar gedeeld en slaan straks hun vleugels uit en nemen afscheid van elkaar. Met maar 2 keuzes voor scholen voor Voortgezet Onderwijs zullen ze elkaar nog vaak genoeg tegen komen en sommige leerlingen zitten gewoon volgend jaar weer bij elkaar in de klas. Voor de meesten heel fijn een bekend gezicht en een enkeling geeft op het inschrijfformulier aan liever niet met bekenden in de klas te komen. Allebei prima. 

Musical

Vorig jaar had ik een leerling in de klas die bij de gedachte aan het voortgezet onderwijs en afscheid moeten nemen van de basisschool alleen al in tranen uitbarstte (vooral als we het slotlied van de musical zongen). Ze vond het zo moeilijk dat het afscheid naderde (en gelukkig heeft ze het nu enorm naar haar zin op De Middelbare 😀). Door haar hang naar het ophalen van herinneringen, kwam ik op het idee om met de leerlingen een herinneringenboekje te maken. 

Alle leerlingen maken zo hun eigen persoonlijke herinneringenboekje en kunnen later nog eens teruglezen en terugdenken aan hun basisschoolperiode.

Wil jij ook aan de slag met het maken van een herinneringenboekje? Hier kun je mijn herinneringenboekje downloaden. 

In een van mijn eerste posts schreef ik over wat ik nog meer doe aan het eind van het schooljaar: mijn toekomstdromen. Wie weet vind je dit ook leuk om met je klas te maken! 

#jufjoanne

Ik vind het een te gek idee als je besluit mijn herinneringenboekje of de luchtballon “mijn toekomstdromen” te gebruiken in je klas! Tag me dan op Instagram of gebruik de hashtag #jufjoanne!!

Volg jij me trouwens al op Instagram?