Een dag(je) naar het Pica congres

Woensdag 18 september ben ik met mijn collega’s om 7.30 uur vertrokken voor ons bezoek aan het Pica Congres in Bunnik. Vorig jaar wilde ik ook al graag gaan, maar lukte het niet (geen vervanging, nascholingsbudget was al op… je kent het vast wel). Dit jaar kon ik gelukkig wel van de partij zijn en wel met mijn (bijna) hele team. De leerlingen een dagje vrij en wij studiedag!

Lezing van Kees van Overveld

Op de site las ik dat er meer dan 500 deelnemers zich hadden aangemeld voor het Pica Congres! Het was er dan ook gezellig druk, maar niet te druk (nou vooruit bij de damestoiletten dan). De dag startte met een pakkende lezing door Kees van Overveld. Hij vertelde over het functioneren van moeilijke klassen en wat er mis kan gaan in de interactie tussen leerkracht en leerlingen. Gelukkig gaf hij ook heel veel tips om dit te voorkomen of te veranderen. Hij adviseert om chaos-tijd in te plannen, 3 minuten tussen 2 lessen zodat leerlingen even kunnen ontladen. Deze tip pas ik al toe en mijn leerlingen worden hier altijd heel gelukkig van. Hij liet in zijn presentatie ook een briefje zien waarop hij geturfd had hoe vaak de juf in die klas ssst zei… Oeps! Daar ga ik volgende week opletten! Zijn belangrijkste tip: blijf lachen voor de klas! Gelukkig heb ik daar niet heel veel moeite mee. Op het eind van zijn lezing kreeg iedereen zijn nieuwe boek mee naar huis! Een uitgebreide recensie volgt zeker over dit boek! Het ziet er in ieder geval heel toegankelijk en praktisch uit!

Bij het inschrijven voor het Pica Congres moest je jouw workshop voorkeuren voor die dag al opgeven. Er was keus uit 25 workshops, waarvan een aantal meerdere keren werden gegeven! Helaas kon ik niet naar de Masterclass Gedragsoplossingen van Kees van Overveld, deze was al vol.   

Workshopronde 1: de begeleiding van leerlingen met angstproblemen

Mijn eerste workshop was: De begeleiding van leerlingen met angstproblemen en werd gegeven door Tamara Luijer. Een groot deel van de stof was al bekend voor mij, doordat ik de kindercoachopleiding had gevolgd. Wat ik wel heel knap vond van Tamara was dat ze het allemaal heel eenvoudig kon uitleggen op kinderniveau. Ze legde uit over het reptielenbrein en het angstbelletje in ons hoofd, wat vroeger een heel belangrijke functie had. Vandaag de dag geeft het angstbelletje vaak een vals alarm af. Het kind kan er niets aan doen dat het angsten heeft, het moet leren dat het vals alarm is en de rode gedachten zien om te buigen naar groene gedachten. Dit kun je als leerkracht doen door met het kind te praten over de gedachte – het gevoel – het gedrag dat je hebt bij angst. Een gevoelsthermometer kan deze leerlingen ook helpen.

Workshopronde 2: onderwijs op maat voor (hoog)begaafde leerlingen 

Workshop ronde 2 ging ik naar Wilna van den Brink en Marije den Otter van Briljant Onderwijs voor de workshop “Onderwijs op maat voor (hoog)begaafde leerlingen”. In deze workshop werd ingegaan op de onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen, zowel op cognitief, sociaal-emotioneel als meta-cognitief vlak. Door te compacten (door voortoetsen kun je leerdoelen selecteren en stof die beheerst wordt, kan worden geschrapt) hebben deze leerlingen meer tijd om te verrijken. Verrijken kan op meerdere manieren: vakgebonden door leerlingen uit te dagen met werkboekjes als rekentijger en plustaak, ook kan het door leerlingen modules te laten volgen. Denk bijvoorbeeld aan een module “leren mindmappen voor kinderen”. Daarnaast kun je ook verrijken door het werken met projecten. In een project leren deze kinderen veel nieuwe informatie, ordenen ze deze informatie en maken ze er een passende verwerking bij. Tot slot werd er stilgestaan bij de Taxonomie van Bloom. Het belang van het hogere orde denken voor dit type leerlingen. Op hun site kun je meer lezen over het werken in projecten.

Workshopronde 3: versterk metacognitie en zelfsturing bij leerlingen

De laatste workshop van de dag was ook weer een interessante: Versterk metacognitie en zelfsturing bij leerlingen door Inge Verstraete. Inge is co-auteur van het “Handboek Leren Leren”. Ook bij deze workshop kreeg ik heel veel inspiratie om creatief aan de slag te gaan in de klas. Hier ga je zeker nog meer over terugzien op mijn site! Als leerkracht versterk je het denken of breng je het denken van de leerling opgang door reflectieve vragen te stellen. Veel leerlingen gaan zich hierdoor leerkrachtafhankelijk opstellen en wachten totdat wij hen tijdens of na de taak aanwijzingen geven. Het is belangrijk om leerlingen te leren reflecteren op hun werk en om hen te helpen kun je dit het beste visualiseren. Een visualisatie ondersteunt leerlingen in de klas om zelf het eigen leerproces te monitoren en waar nodig bij te sturen.  Hoe belangrijk vind jij het dat leerlingen leren om in de gaten te houden of ze nog op de goede weg zijn? Ik vind dit heel belangrijk in de klas en heb mezelf aan het eind van de dag het “Handboek Leren Leren” cadeau gedaan!

Na deze workshop was er nog een moment voor een gezellige afsluiting en was het weer tijd om in de auto te stappen en naar huis te rijden. Het was een hele gave dag en ik ben zeker van plan om volgend jaar weer te gaan! Volgend jaar is het Pica Congres op 16 september 2020. Ik zou zeggen, noteer het alvast in je agenda!

Eigenaarschap bij leerlingen en de rol van executieve functies

Wat verstaan we onder eigenaarschap bij leerlingen?

Eigenaarschap van leren is de mate waarin de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leerproces. Om het eigenaarschap van leerlingen te versterken kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen. Deze laatste twee horen bij de cognitieve processen waar de term executieve functies een verzamelbegrip voor is.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies is een verzamelbegrip voor de cognitieve processen die bepaald gedrag als gevolg hebben. Deze processen sturen je gedrag, je gedachten en je emoties aan. De meningen lopen uiteen over hoeveel het er precies zijn.

Welke executieve functies kennen we?

Over het algemeen worden de volgende denkprocessen in de literatuur genoemd:

  • Inhibitie: het vermogen om impulsen te onderdrukken.
  • Plannen en organiseren: het vermogen om vooruit te denken, een plan te maken, in te schatten hoe lang iets duurt, prioriteiten te stellen, beslissingen te nemen.
  • Flexibiliteit: je kunnen aanpassen als iets verandert, een probleem op een andere manier oplossen, schakelen tussen activiteiten.
  • Werkgeheugen: dit is de tijdelijke opslagcapaciteit van ons brein, waarin we taakgerelateerde informatie bewerken.
  • Emotieregulatie: het adequaat aansturen van je emoties.
  • Gedragsevaluatie: het gebruiken van feedback uit je omgeving om je eigen gedrag aan te passen, in de gaten te hebben wat het effect is van jouw gedrag op dat van een ander.
Welke executieve functies spelen een rol bij het ontwikkelen van eigenaarschap?

Vanuit hun motivatie en betrokkenheid vormt de leerling een aantal leerdoelen en ontstaat de drive om vanuit de huidige situatie naar de gewenste situatie te komen (zelfsturing of zelfregulering). Zelfregulerende leerlingen zetten doelbewust bepaalde leerstrategieën in om hun leren te vergemakkelijken en hun leerprestaties te verbeteren. Ze beschikken over verschillende leerstrategieën die zij flexibel kunnen inzetten.

Het stellen van leerdoelen en zelfsturing doet leerlingen inzien dat zij de controle kunnen nemen over hun eigen leerproces, hetgeen hun gevoel van vertrouwen in eigen kunnen en zelfvertrouwen vergroot. Hoe groter het gevoel van vertrouwen in eigen kunnen van leerlingen, hoe groter hun betrokkenheid bij het leerproces en hoe groter hun doorzettingsvermogen als het tegenzit.

Leerlingen gebruiken metacognitieve vaardigheden en het vermogen om zichzelf te monitoren om vast te stellen hoe zij hun leerdoelen succesvol kunnen bereiken. Metacognitie is het denken over het eigen denken of het eigen leren. Metacognitie gaat over zelfreflectie met betrekking tot het eigen leren en over de regulering van de cognitieve processen door bijvoorbeeld leerstrategieën te gebruiken.

Welk gedrag moet een leerkracht vertonen om eigenaarschap bij zijn/haar leerlingen te ontwikkelen?
  1. Een leerkracht die wil werken aan eigenaarschap bij zijn/haar leerlingen moet didactische strategieën toepassen die gericht zijn op het gevoel van autonomie, betrokkenheid en competentie.
  2. Een leerkracht die wil werken aan eigenaarschap bij zijn/haar leerlingen bevordert de ontwikkeling van leerstrategieën door middel van hints, modeling en procesgerichte feedback.
  3. Een leerkracht die wil werken aan eigenaarschap bij zijn/haar leerlingen geeft goed gegeven feedback die kan bijdragen aan eigenaarschap, motivatie en leerresultaten van leerlingen. Het gaat dan met name om effectieve, taakgerichte feedback.
  4. Een leerkracht die wil werken aan eigenaarschap bij zijn/haar leerlingen zorgt voor een stimulerende leeromgeving waarin bijvoorbeeld informatiebronnen aanwezig zijn, zodat leerlingen zelfgestuurd aan de slag kunnen.
Hoe geef je goede feedback om executieve functies te versterken en eigenaarschap te vergroten?

Hattie en Timperley (2007) hebben een feedbackmodel bedacht waarin telkens 3 feedback-vragen worden gesteld op 4 verschillende feedback-niveaus.

De 3 vragen zijn:

  • waar ga ik heen? (wat zijn de doelen?).
  • hoe ga ik? (welke vorderingen heb ik al gemaakt om het doel te bereiken?),
  • wat is mijn volgende stap? (welke vorderingen moet ik nog maken om het doel te bereiken?)

4 verschillende feedback-niveaus:

  • Feedback op een taak of product. Deze feedback gaat over een specifieke taak en vooral of de taak correct of incorrect is uitgevoerd.
  • Feedback op het leerproces. Dit zijn bijvoorbeeld aanwijzingen hoe studenten kunnen zoeken naar een nieuwe oplossingsstrategie.
  • Feedback op zelfregulatie. feedback op dit niveau gaat over het zelfsturend leervermogen van een student: hoe effectief voert de student een bepaalde taak uit.
  • Feedback op persoonlijk niveau. Deze feedback op de student zelf heeft nog nauwelijks iets te maken met het werk en is daarom het minst effectief.
Het feedbackmodel van Hattie en Timperley (2007)
Feedback-cirkel
Conclusie:

Executieve functies hebben een grote invloed op eigenaarschap van leerlingen. Leerlingen die moeite hebben met zelfsturing en zelfregulering zullen minder eigenaarschap laten zien dan leerlingen die wel sterk zijn in deze executieve functies. Leerkrachten kunnen het eigenaarschap van hun leerlingen vergroten door expliciet aandacht te besteden aan executieve functies, didactische strategieën toe te passen die gericht zijn op competentie, het ontwikkelen van leerstrategieën, zorgen voor een leerrijke leeromgeving en het geven van goede feedback. Leerlingen hebben het meest aan feedback op het leerproces en feedback op zelfsturing en zelfregulering.

Gebruikte literatuur/materiaal:

Lees hier een eerder geschreven blog over het werkgeheugen; een van de executieve functies. 

Executieve Functies: werkgeheugen

Je staat er niet bij stil, maar de hele dag door maak je gebruik van je werkgeheugen. Je slaat dingen op, voor korte of langere tijd, bewust en onbewust. Je onthoudt waar je dingen hebt neergelegd of denkt terug aan een leuk dagje uit. Sommige dingen blijven je bij en sommige dingen vergeet je weer. Maar wat is dat nu precies je “werkgeheugen”?

Definitie

Het werkgeheugen helpt je om informatie vast te houden en te bewerken bij het uitvoeren van taken. Daarnaast gebruik je het om eerder geleerde kennis, vaardigheden, ervaringen of probleemoplossingsstrategieën toe te passen in een actuele of toekomstige situatie.

Leeftijd

Het werkgeheugen ontwikkelt zicht tussen de leeftijd van 4 tot 15 jaar tot een niveau dat voor een groot deel gelijk is aan de mogelijkheden in de volwassen leeftijd. Een kleuter doet bijvoorbeeld een beroep op zijn werkgeheugen met het maken van een puzzel, het luisteren naar een verhaaltje en het onthouden van een korte opdracht. Een leerling uit groep 3 t/m 5 gebruikt zijn werkgeheugen bij het hoofdrekenen of het toepassen van eenvoudige regels bij de gymles. In de bovenbouw van de basisschool verwachten we van leerlingen dat ze complexe regels al kunnen toepassen tijdens bijvoorbeeld de gymles of dat ze aanwijzingen kunnen opvolgen die uit meerdere stappen bestaan.

Verschillende vormen van geheugen

Als we het hebben over het geheugen dan denken we meestal aan alle dingen die we moeten onthouden, het ophalen van feiten en gebeurtenissen. Deze dingen slaan we op in het langetermijngeheugen. Daarnaast kennen we ook het kortetermijngeheugen. Daarin slaan we dingen op voor enkele uren of dagen. Je kortetermijngeheugen is een tijdelijke opslagplaats en heeft daardoor ook een beperkte capaciteit: je kunt nu eenmaal niet alles onthouden. Daarom is het zo belangrijk om de transfer van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen te maken. Tenslotte kennen we ook nog het zintuigelijk geheugen. Dit geheugen is belangrijk voor de verwerking van informatie die via onze zintuigen binnenkomt. Denk aan de dingen die je proeft, voelt, ruikt en hoort.

Hoe activeer je informatie uit je geheugen?

Je werkgeheugen doet actief iets met de informatie die binnenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het maken van redactiesommen. In je hoofd voer je dan een stappenplan uit om tot het antwoord te komen. Een andere manier van informatie bewerken is het bedenken van de kortste route van A naar B of het uitruimen van je schooltas en die spullen een plek geven al je thuiskomt. Aandacht speelt een belangrijke rol bij de werking van het geheugen. Ben jij met je gedachten ergens anders, dan is het lastig om informatie te verwerken. Je werkgeheugen bewerkt de informatie waar je op dit moment je aandacht op richt. Wanneer je informatie aan het bewerken bent, doe je er dus iets mee. Het is belangrijk dat gegeven niet passief worden opgeslagen, maar actief vastgehouden. Door informatie paraat te houden creëer je voor jezelf een kader waarbinnen je je gedrag stuurt. Je geeft betekenis aan een situatie en handelt daarnaar.

Wat als je leerling een zwak werkgeheugen heeft?

Wanneer informatie niet actief wordt vastgehouden, dan vergeet je de informatie. Zo kan het dus voorkomen dat een leerling een goed cijfer heeft gehaald op een methodetoets en dat het op een citotoets niet uit de verf komt. De manier van vragen op de methodetoets sluit aan bij hoe de methode de lessen opbouwt en het is stof die uitgebreid in de lessen is ingeoefend. Twee keer per jaar maken de leerlingen een citotoets) en dan wordt alle stof ineens tegelijk getoetst. Dat kan enorm verwarrend werken voor een kind. Daarnaast is de cito-vraagstelling anders en wordt er ook meer inzicht gevraagd om de sterke leerling te scheiden van de minder sterke leerling.

Het werkgeheugen kan getraind en versterkt worden door spelletjes te spelen die een beroep doen op het werkgeheugen, met een oplopende moeilijkheidsgraad.

Los van spelletjes zijn er nog andere dingen die een leerling met een zwak werkgeheugen kunnen helpen om beter te functioneren.

Tips:
  • Kinderen kunnen minder dingen tegelijk onthouden dan volwassenen. Houd opdrachten en vragen zo kort mogelijk.
  • Let op dat je echt de aandacht hebt van de leerling.
  • Maak het onthouden van dingen leuk (bewegend leren, coöperatieve werkvormen).
  • Probeer zoveel mogelijk zintuigen aan te spreken om dingen te leren.
  • Geef duidelijke en concrete voorbeelden.
  • Controleer of de leerling de opdracht/instructie heeft begrepen.
  • Leer de leerling zichzelf te controleren.
  • Herhaling is een sleutelwoord!
  • Maak gebruik van stappenplannen.
  • Maak checklists voor routineopdrachten.
  • Geef aan als je iets belangrijks gaat zeggen.
  • Laat de leerling aantekeningen maken.
  • Geef aan het begin van de les een samenvatting van wat er verteld gaat worden.
  • Probeer informatie zoveel mogelijk te koppelen aan al bekende zaken (kapstok!).
  • Leer het kind geheugensteuntjes aan (Noord Oost Zuid West: nooit op zondag werken).
  • Laat de leerling een markeerstift gebruiken (vooral ook bij het maken van redactiesommen).
  • Geef extra begeleiding bij het maken van toetsen (hoe pak je dit aan, waar begin je, wat doe je als je een opgave niet snapt?)
  • Zorg voor een overzichtelijk toets blad.
  • Geef indien nodig extra tijd om de druk eraf te halen.

Bronnen:

  • Wijzer in executieve functies: 35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te versterken.
  • Gedrag in uitvoering van Diana Smidts en Mariëtte Huizinga.